Nog 460 te gaan!


Co, de oude buurman, is dood. Eén van de leegtes die hij in mijn leven achtergelaten heeft, het vrijdagse ‘happy hour’ in het plaatselijke café, tracht ik sinds zijn heengaan weer in mijn stad Haarlem in te vullen. In ons dorp was ik in die zes jaar niet verder gekomen dan mijn buurman, in Haarlem kende ik nog wel mensen. De 356 bracht mij dicht bij de bieb waar ik nog een boek moest droppen, Herman Hesse, viel een beetje tegen. Op weg naar mijn ge-her-introduceerde stamcafé liep ik, bewust, langs een ander oud-stamcafé-terras waar ik misschien nog vrienden zou kunnen tegenkomen. Niet verwonderlijk zaten Wim en Sonja daar heerlijk tussen de vaste clientèle. Ik begroete hen staande, er was geen stoel over, keuvelde ik wat met hen. Hoe was je reis Son? En ja, ik ga naar Valencia. ‘Balencia’ Cees! En als je in die wijk, klinkt als Kabbeljouw of zo, bent, zet dan zowel je voor – als achterwiel op slot van je huurfiets! Wat ga je doen in Valencia? Nadenken over de rest van mijn leven. Er werd minzaam gelachen en mij veel plezier en wijsheid gewenst. Ik door. Oliver Burkeman confronteert je in zijn boek 4000 weken, fijntjes hoe snel de weken zich naamloos aanéén rijgen en voorbijgaan. Niet dat ik deze conclusie van hem nodig had dat te beseffen maar zijn berekening; ik heb er nog maar 460 van over!, benauwt mij wel. Reden om maar eens diep na te gaan denken wat ik er mee wil. Slechts twee enigszins bekende gezichten waarmee ik nimmer gesproken had zag ik toen ik het café binnen kwam, nam een fluitje en ging zitten op een stoel bij een tafeltje in een hoek. Enigszins warm was die stoel en ik keek rond of ik iemand zag die de stoel als de zijne zou kunnen beschouwen. Ik schrok op van mijn mobiel (ja, sorry) toen ik ‘mijn stoel maar ingepikt’ hoorde. Een grote, zwartgeklede vent lachte vriendelijk en pakte een andere stoel. Ken ik jou niet? Er ontspon zich een aangenaam gesprek over de cafés waar we elkaar ontmoet zouden kunnen hebben en de ‘goeie ouwe tijd’. Een brom en fluittoon in mijn oren zorgde ervoor dat ik niet alles verstond; tinnitus, verklaarde ik. Op onze leeftijd moet je blijven bewegen, doe je aan sport? Nee, niet. Nou, kom dan bij ons, ik heb een sportclubje van mannen van onze leeftijd, een beetje karate enzo, er kunnen nog wel wat mannen bij. Ik bedankte, ook omdat ik de komende 3 maanden in Valencia ben. Met je vrouw? Nee, alleen, een beetje nadenken. Hij dacht even na en keek me vorsend aan; weet je dat tinnitus vaak voorkomt bij tobbers? Ik schoot in de lach en hij strooide met nog wat info, doe er mee wat je wil, zei hij maar Haarlem 3 maanden verlaten… niet zijn piece of cake. We dronken er nog een paar. Toen ik de állerlaatste’ afsloeg om de 356 te kunnen halen en opstond pakte hij mij bij de arm, keek mij in de ogen en zei: Tot genoegen. Op weg naar de bus stelde ik tevreden vast dat ik deze week niet naamloos voorbij was gegaan; tot genoegen! Ik neuriede even de begintune van Carmiggelts tv-rubriek.

Een goed begin van week 3541: overweldigd door kleinzoon Koen, die de toekomst heeft!


3 reacties op “Nog 460 te gaan!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *