Vlucht en aankomst


In een onwerkelijke wereld – vredig, modern, vrij en luxe – liepen ze in een voorjaarszonnetje te wandelen op onbekend terrein. Gevieren liepen ze langs ‘de muur’ die eens de communistische wereld scheidde van het vrije westen en Berlijn in tweeën deelde. Ze genoten van de rust en van de merkwaardige en verrassende muurschilderingen op de bewaarde gedeelten van de muur, die ook een monument is van de toenmalige tweedeling. De vorige week waren ze nog door het holocaust monument gewandeld terwijl er een laagje sneeuw op was gevallen. Ze verbaasden zich erover dat dit land zo’n groot monument had ingericht ter nagedachtenis aan hun eigen misdaden.  Beide monumenten stonden voor ontzaglijk veel leed en dat maakte hun niet blij, het temperde hun opluchting nu in een vredige omgeving te leven. Hoeveel mensen, Joden vooral, waren er niet omgekomen in de tweede wereldoorlog en hoeveel Duitsers waren er jarenlang opgesloten geweest in de Oost-Duitsland, de DDR, gesteund door de Russen? We zijn nu 80 jaar verder en zou zich iets dergelijks kunnen herhalen, nu in hun geliefd Oekraïne?

 

Het waren hectische dagen geweest, hun vlucht naar veiligheid. De 700 kilometer die ze moesten afleggen naar Lviv deden ze in twee dagen. Halverwege overnachten ze bij een boer die oorspronkelijk uit Nederland kwam en ook zijn vertrek aan het voorbereiden was. Hij hielp hun de benzine te tanken die ze in jerrycans hadden meegekregen van Mykola die het uit zijn eigen auto had over getankt, die had hij voorlopig toch niet meer nodig als hij al ooit terugkomen zou. De ritten waren niet bijzonder zwaar omdat ze voldoende water en eten bij zich hadden en de kleine om en om konden verzorgen. Tanya had geen rijbewijs maar kon wel rijden en dat deed ze ook. De stemming in de auto was merkwaardig genoeg goed. Dat kwam ook omdat de relatie die tussen Elena en Tanya was ontstaan voor hilariteit zorgde, ze begrepen er zelf eigenlijk ook weinig van, het gebeurde gewoon. Natuurlijk was de beslissing van Elena om met Mykola vijf dagen het bed te delen onderwerp van lach- en huilbuien. Tranen van verdriet en geluk stroomden vrijelijk door elkaar en de oorsprong liet zich nauwelijks raden of uitleggen. Het ene moment moesten ze giechelen om hun plotselinge verliefdheid het andere moment huilen om de kennelijke zwangerschap van Elena omdat haar ongesteldheid weggebleven was al was het maar één dag. Ook Halyna liet zich niet onbetuigd en schoot zo af en toe in de slappe lach. Het was ook te zot voor woorden; die gekke zus van haar had weer eens wat aangehaald! Maar ook de dood van Boris begon nu tot Elena door te dringen. Waarschijnlijk had ze eindelijk gekregen waar ze al zo lang naar verlangde en waar Boris haar niet aan kon helpen. De lange pijnlijk zwijgzame periode tussen hun beiden kwam bij Elena ook bovendrijven; hoe hadden ze het zolang vol kunnen houden? Arme Boris, die zijn onvruchtbaarheid maar niet kon verwerken. En dan die stilte tussen hen, al dat ongezegde.  Nooit wilde ze meer zwijgen! ‘Nooit wil ik meer zwijgen’, zei ze zomaar ineens onder het rijden, en dan kwamen de tranen weer, terwijl de zussen erom moesten lachen, die het allemaal maar half begrepen. De tweede dag kwamen ze in een voorstadje van Lviv waar een tante woonde van de zussen. Toen zij hen de volgende dag naar het treinstation bracht zagen ze pas echt wat een chaos er was. Het leek wel of alle vluchtelingen hier samenkwamen. Ze hadden hun bagage in slechts twee tassen gedaan en wat niet mee kon achtergelaten bij de tante die ook de auto mee terug nam. Zo hadden ze alle drie iets te dragen; twee tassen en Klarysa. Het duurde een halve dag voordat ze een plaats hadden in de trein naar Warschau. Acht uur later kwamen ze aan in de Poolse hoofdstad. Doodmoe liepen ze met de stroom mee naar de hal waar ze geregistreerd zouden worden. Het zou weer uren wachten worden. De kleine meid hield zich bewonderingswaardig goed maar het eten geven en luiers verschonen ging niet altijd even makkelijk. Toen ze bijna aan de beurt waren voor inschrijving keken Elena en Tanya elkaar even blij in de ogen. Ze waren veilig en waren niet alleen, nee, ze waren samen en vrij! En stroom van geluk denderde door hun lijf, ze keken elkaar aan en kuste elkaar stevig op de mond. Een ondoordachte vrijpostigheid zou blijken. Twee dienstdoende vrijwilligers van het opvangteam zagen het en trokken een vies gezicht. Er werd naar hun gewezen en men riep naar hen, eigenlijk leek het meer op schelden.

Er kwamen nog twee mannen bij die naar hun toeliepen. Ze vroegen of zij lesbiennes waren, zeiden dat ze die hier niet konden gebruiken, dat ze beter terug konden gaan. Halyna trachtte de situatie te sussen, zei dat het een misverstand was. Maar de mannen hadden gezien wat ze hadden gezien en drongen zich op met smerige opmerkingen. Tanya liep achteruit tegen één van de tassen op en viel. Ineens drong er zich een vijfde man tussen en lachte de vrouwen toe. ‘Hey hallo, bist du endlich da’. Zo goed en zo kwaad als het ging knipoogde hij naar de drie vrouwen en hielp Tanya overeind en gaf haar een omhelsing. Zo ook bij de verbouwereerde Elena en Halyna en ging snel verder ‘Komm mit, Mirjam wartet im Auto auf uns…’. Hij pakte de tassen op en beende voor hen uit een kant op, de vrouwen volgde hem op de voet de geïrriteerde mannen achterlatend. Hij leidde hen naar een rustiger plek en zette de tassen neer. ‘Entschuldigung, aber ich hatte das Gefuhl, dass ihr gerettet werden musst’. Hij stelde zich voor als Dieter. Hij was uit Berlijn naar het station in Warschau gereden om te kijken of hij vluchtelingen helpen kon. Als ze wilden konden ze mee naar Berlijn want hij had een verdieping over in zijn huis. Het was een rare kennismaking. De vrouwen hadden er onder normale omstandigheden niet over gepiekerd om bij een vreemde man in de auto te stappen, al helemaal niet toen bleek dat er helemaal geen Mirjam bleek te zijn toen ze bij de auto aankwamen. ‘Ich musste improvisieren’, glimlachte hij. Ze reden de hele nacht door, maar stopte vaak bij een tankstation voor een sanitaire stop en wat eten en drinken. Onderweg belde hij inderdaad met een Mirjam om hun ontvangst voor te bereiden. De ontvangst was hartelijk, de opknapbeurt en de badkamer heerlijk en de bedden zacht; ze sliepen de hele dag. Mirjam ontfermde zich over het meisje. Ze hadden twee kamers en badkamer/toilet tot hun beschikking alles keurig ingericht. Het huis was middenin de oude stad, in een rustige straat. Op de begane grond was er een bedrijfspand van Dieter, dan de woonverdieping van het Duitse stel en de tweede verdieping die hun aangeboden was. Dieter had samen met een partner die Heinrich heette een zaak in elektronische apparatuur. Heinrich woont en werkt In Dortmund waar ze ook een afdeling hebben voor ontwikkeling én verkoop. Hier Berlijn alleen verkoop die voor het overgrote deel gaat via online-verkoop. In dit bedrijfspand kunnen klanten informatie krijgen en ook apparatuur of onderdelen afhalen. De zaken gaan zeer goed.

Dieter en Mirjam

Dieter was een veertiger en al 24 jaar getrouwd met Mirjam. Samen hebben zij twee kinderen, een jongen en een meisje. De jongeman, Armin, studeerde in Amerika en kwam – zeer tegen de zin van zijn ouders – zelden naar Berlijn om zijn ouders te bezoeken. Daarom ging Dieter minstens eenmaal per jaar naar zijn zoon om op de hoogte te blijven van zijn vorderingen en zijn welbevinden, zijn vrouw, die niet van Amerika hield, ging nooit mee. Soms kwam Armin met de kerst naar huis waar hij nog een eigen zolderkamer had, maar soms sloeg hij dat ook over en kwam dan bijvoorbeeld met Pasen. Anke, het meisje, was overleden en over haar, noch over de omstandigheden van haar overlijden werd gesproken. Toen de Oekraïners arriveerden in Huize Lehmann, Dieters’ familienaam, zagen ze een familieportret op het dressoir staan, het meisje was op die foto minstens zestien. Daarna werd die foto niet meer gezien. Dieter was sinds het overlijden van zijn dochter in therapie, hij had psychische hulp nodig om het dagelijkse leven aan te kunnen. Hij liet de zaak de zaak, die Heinrich begripvol alleen verder bestierde. Bij Dieter werd een bedrijfsleider aangesteld vanuit Dortmund en dat ging uitstekend, Dieter vergaderde éénmaal per maand in Dortmund. Maar hij kon zich maar moeilijk concentreren op de zakelijke beslommeringen er had zich een grote onrust van hem meester gemaakt. Hij stortte zich in vrijwilligerswerk en trok zich het lot aan van daklozen en asielzoekers. Hij werkte samen met of in organisaties die hun lot probeerde te verbeteren. Zolang hij met hulpbehoevenden bezig was voelde hij zijn pijn veel minder en bovendien kon hij het uitstekend vinden in de scene van hulpverlening in de rafelranden van de maatschappij. En zo had hij zich ook het lot van de Oekraïense vluchtelingen aangetrokken. Hier kon hij ook wat aan doen! Ze hadden een verdieping over en bovendien waren ze er vaker niet dan wel dus ontwikkelde hij snel een plan. Hij had met een organisatie die zich met deze vluchtelingen bezighield contact gezocht en zou zich in Warschau bij afgevaardigden daarvan melden om een aantal vluchtelingen mee naar Berlijn – zijn huis – te nemen. Mirjam was uit Spanje overgekomen om de verdieping in orde te maken samen met Greta, hun Poolse werkster voor één dag in de week. Ook Greta was een ‘project’ van Dieter geweest, hij had haar van de straat geraapt en ondergebracht in een flat waar meer onfortuinlijken woonden. In Warschau had Dieter nooit de vertegenwoordiger gevonden of gesproken. Hij besloot, direct na zijn arriveren, eerst naar het station te gaan om een idee te krijgen van de drukte en de nood. Hij was diep onder de indruk en liep te dwalen langs al die drommen vluchtelingen die er soms doodmoe uitzagen. Even zonk de moed hem in de schoenen: dit was te veel, te onmogelijk, een chaos! Zijn oog viel op een drietal vrouwen waarvan er één een wat bijzonder uiterlijk had, zeker voor een Oekraïner, met kort blond haar en een piercing in haar neus. Ze waren zichtbaar blij gearriveerd te zijn en die blonde kuste een andere vrouw even intiem op de mond. ‘Wat doet die nou?’, bedacht hij zich direct en synchroon aan zijn gedachte reageerde twee Poolse hulpverleners op die intieme kus. Het was duidelijk dat die er aanstoot aan namen en vielen de vrouwen lastig met vervelende opmerkingen. Dieter, op zijn best in dit soort kritische situaties reageerde direct en impulsief en stapte op het drietal af alsof hij ze kende, hen verwachte. Zo doende leidde hij zijn verdriet om de tuin en kon hij zich staande houden. Dat deed hij ook met de hulp van een dame die zich gespecialiseerd had in sacraal therapie en een psychiater. Lisa van de sacraal therapie trachtte zijn lichaam en geest weer in balans te krijgen bij een maandelijkse sessie. Ze had bepaalde gaven in haar handen, ze spraken daar nooit concreet over, maar was ook helderziend en af en toe verraste zij hem door op een bepaalde gebeurtenis in te gaan die hij had meegemaakt en hem had verontrust. Het werkte en ze hadden een goede verstandhouding. Heinrich had hem haar aangeraden en zo combineerde hij de therapie met de maandelijkse vergadering. De psychiater bezocht hij in Berlijn.

Mirjam verbleef meestal in hun huis in Spanje waar Dieter zich ook regelmatig liet zien. Ze maakten samen lange wandellingen door de bergen en genoten van het natuurschoon, de bloemen en de uitzichten. Niet zelden ging hij er alleen op uit en matte zich af in nog langere, moeilijker en ook gevaarlijker routes. Mirjam hield, sinds de dood van haar dochter, van stilte en sprak niet veel meer. Ze had een gelijkmatig humeur, deed wat er gedaan moest worden maar was zelden de aanstichter van een evenement. Het tomeloze verdriet van Dieter maakte haar, tegen wil en dank, de sterkste. Ze zorgde dat het huis in orde was, onderhield de contacten met familie, stuurde op tijd de kerst of verjaardagskaarten kortom deed wat er gedaan moest worden maar nodigde nooit iemand uit voor een bezoek. Bezoekjes kondigden zich wel eens aan – meestal in Spanje – en dan ontving zij hen vriendelijk doch plichtmatig. Zo ook de Oekraïners in Berlijn.

De eerste dagen aten ze samen in de grote salon bij Dietrich en Mirjam. Het oude pand was modern ingericht en van alle gemakken voorzien. Zo kon je door een tv-zender te benoemen zorgen dat de tv aanging. Riep je ‘Musik’ dan speelde de radio, ging de bel dan kwam de bezoeker direct in beeld op een tablet. Riep Dieter ‘Komm herrein’ dan ging de voordeur open of kon hij op afstand met de beller communiceren. Ook hadden ze op het tablet een fotoboek dat verbaal opgeroepen kon worden, bijvoorbeeld van hun vakantie in Griekenland. Enthousiast vanwege die techniek opende Dieter het fotoboek op zijn tablet en keken ze naar een zeiltochtje tussen kleine Griekse eilanden. Toen Dieters’ blik op zijn dochter viel zette hij hem direct uit en hakkelde wat domme verontschuldigingen. Mirjam had die eerste dag Klarysa verzorgd en ook de dagen erna was ze wel met het kind in de weer. Maar het werd haar te veel. Het lieve kleine meisje, met die kenmerkende mollige armpjes en beentjes, riep pijnlijke herinneringen op aan Anke. Een dag later vertrok ze naar Spanje om weer de rust te vinden die ze zo nodig had.

De overweldigende pijn die van Dieter zijn gezicht afdroop had – zeker in het begin – ervoor gezorgd dat zij haar pijn diende te parkeren. En omdat voor elkaar te krijgen had ze veel rust en een gelijkmatig leven nodig. In Spanje was zij dagen, soms weken alleen en dat beviel haar omdat ze dan, uit het zicht van iedereen gewoon een hele dag kon janken. Omdat Dieter naar Dortmund moest vroeg hij Greta haar intrek te nemen in de zolderkamer van zijn zoon om zo de logees tot hulp te zijn tijdens zijn afwezigheid. Greta had nog andere werkhuizen en een baan bij een daklozenrestaurant waar ook wel overnacht kon worden maar er was ’s morgens en ’s avonds voldoende tijd om elkaar te spreken en de logees te informeren over de stad en ontmoetingsplekken voor vluchtelingen want zij waren zeker niet de enige vluchtelingen hier in Berlijn. Bovendien zorgde Greta voor geld om de boodschappen te doen die ze nodig hadden voor het avondeten.

 

Berlijn

En zo liepen zij dus langs de ‘muur’ met zijn merkwaardige beschilderingen. Van Mirjam hadden ze uit de berging een handige kinderwagen gekregen waarin ze Klarysa gemakkelijk mee konden nemen. Ze staken een drukke straat over en liepen de oude wijk in. Hier vlakbij zou een buurtcentrum zijn, nu een ontmoetingsplaats voor Oekraïners. Door de aanwijzingen van Greta vonden ze het snel. Het was een prachtig oud pand met posters voor de ramen en een rood beschilderde, zware voordeur. Op de drempel werden ze al welkom geheten door een vrolijk ogende roodharige. Ze werden verwezen naar de grote zaal waar een flinke groep mensen stonden te praten en aan tafeltjes koffie en thee zaten te drinken. Alweer kwam er een vrouw op hen af die hun naar een vrije tafel bracht en vroeg wat zij drinken wilden. Deze vrouw had erg kort haar, net als Tanya, en een wenkbrauw piercing, bovendien had ze roze haar al was het weinig. Zodra ze hun thee hadden dromden verschillende vrouwen om hen heen om de nieuwkomers te begroeten.

Op de hulpverleners na waren het allemaal landgenoten. Ze wisselden ervaringen en nieuwtjes over de oorlog uit. Langzamerhand begrepen ze wel dat ze ongelooflijk veel geluk hadden gehad, zowel op hun vlucht als bij hun plaatsing. De meesten moesten zich tevredenstellen met een kamertje met bed en de leefruimte delen. Maar iedereen was dankbaar. Vreugde en intens verdriet wisselde zich in een razend tempo af. Het was heerlijk om over het vertrouwde en geliefde land te praten en herkenningen te delen al was het maar over een boom of een kerktoren. Maar ook het verdriet van vernielingen, het gemis van geliefden en bekenden werd gesproken. Regelmatig schoven mensen aan, allen vrouwen, en gingen ook weer weg. De ontmoetingsruimte was prachtig! Het had een zeer hoog plafond waardoor het geluid enigszins galmde hoewel er platen aan het plafond hingen om die galm te dempen. Er hingen zware ijzeren balken aan het plafond en aan een zijkant hing er een takel aan. 

Het pand moet vroeger een werkplaats geweest zijn, en dat was het ook zo want het ontmoetingscentrum heette ook ‘Der Arbeitsplatz’. In de hoek speelde een oude man zachtjes, prachtig piano. Halyna zei dat tegen één van de vrouwen en die knikte glimlachend, ‘het is Valatyn Sylvestrov, hij is ook in Berlijn nu’. Sylvestrov is een beroemde Oekraïense componist en ook hij moest Kiev snel verlaten. Ze waren er eventjes stil van en luisterden een moment naar zijn muziek. Even later kwam er een medewerker van de Oekraïense ambassade bij hen zitten, een Duitse die goed hun taal sprak omdat zij met een Oekraïner getrouw was en zich voorstelde als Lina. Ze kwam vragen of alles naar wens was, voor zover mogelijk natuurlijk, en of zij nog hulp nodig hadden. Nee, dat hadden ze niet voorlopig. Eerst maar een uitrusten en bijkomen en dan, ja dan, dat hing af van hoelang deze toestand zou duren. Werk misschien. De vrouw vroeg waar ze onderdak hadden gevonden en zij vertelden hun avontuur vanaf Warschau. ‘Ha, jullie zitten bij Dieter Lehmann, nou dan zit je goed. Wij kennen de Lehmanns goed, ja, ze hebben een prachtig huis!’

Eens te meer beseften zij hoeveel geluk zij hadden gehad toen zij bij een totaal onbekende man in de auto waren gestapt. Er waren verhalen over ronselaars die vrouwen in de auto meenamen en waarvan niets meer werd gehoord. ‘Er zijn ook overal ratten’, mopperde Tanya met een kwaaie kop. ‘Echt wat voor Dieter om helemaal naar Warschau te rijden’, ging Lina verder, ‘ik wist ervan, want via ons had hij contacten daar gevonden. Dieter doet ontzettend veel voor de gemeenschap hier sinds …. nou ja, het ongeluk’. Ze keken haar verbaasd aan. ‘O, jullie weten het niet?’, zei ze enigszins geschrokken. Ze keek hun drieën even kort in de ogen, zuchtte en boog zich iets naar voren en sprak zacht verder. Ze vertelde dat het haar gepast leek hun in te lichten over de toestand omtrent Dieter omdat ze dat toch eens te horen zouden komen en omdat het goed is Dieter én Mirjam beter te begrijpen. Er had zich een ramp voltrokken in hun huis. Dieter was thuisgekomen na een uurtje joggen. Het was gaan regenen en hij was nat en vies. Halverwege de trap realiseerde hij zich dat hij met vieze schoenen de trap op rende en zijn schoenen beter beneden, in de werkruimte, kon uittrekken. En zo deed hij. Maar hij had zijn waterflesje op de trap neergelegd en ook zijn jack. Toen hij een gil en gebonk hoorde begreep hij al gauw dat zijn dochter over het flesje uitgegleden was en naar beneden gedonderd. Ze bleek haar nek te hebben gebroken, niets meer aan te doen. ‘Sorry, ik geloof dat ik het jullie moest vertellen’, zei ze schudbewust toen ze hen zag verstijven. Hoewel het al een jaar of vier geleden was is Dieter nooit meer de oude geworden en zou dat ook nooit meer worden, volgens haar. Dieter en Mirjam hadden elkaar in het rouwproces wel vastgehouden maar het schuldbewuste verdriet van Dieter was zo overheersend dat Mirjam erg stil geworden was, ze maakten zich wel zorgen om haar en zij bezocht haar zo af en toe, ook wel eens in Spanje. Na verloop van tijd had Dieter zich op het vrijwilligerswerk gestort en niets was hem te veel. Behalve dat hij veel werk verzette bekostigde hij ook projecten, zoals de woon- en slaapplekken voor daklozen. Hij had een hele flat gehuurd die op de nominatie stond gesloopt te worden en maakte het met het gemeentebestuur, waar hij goede contacten had, in orde dat sloop enige jaren uitgesteld werd. Het hoogstnoodzakelijke liet hij opknappen en nu zitten er asielzoekers en daklozen in, overigens onder strenge voorwaarden. Ze zaten er wat verslagen bij. ‘Wijntje dan maar? Ze namen er twee en later namen ook afscheid van de ambassade medewerkster. Klarysa werd ongedurig en ze maakten aanstalten om op te stappen. Tanya, die ook nog even met die vrouw met het roze koppie had gesproken zei nog even te blijven, ‘een uurtje, tot later’.

 

 

 


Eén reactie op “Vlucht en aankomst”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.